24/09/2026
Mobiliteitsbudget in België - wordt het nog wel gebruikt voor mobiliteit?

Het mobiliteitsbudget wint snel aan belang in België. Vandaag kunnen werkgevers er vrijwillig voor kiezen om werknemers met recht op een bedrijfswagen een alternatief aan te bieden, maar binnenkort wordt het systeem voor veel bedrijven verplicht. Opvallend genoeg blijft het effectieve gebruik voorlopig nog beperkt. Slechts een kleine minderheid van de werknemers die voor het systeem in aanmerking komen, kiest vandaag daadwerkelijk voor een mobiliteitsbudget in plaats van een bedrijfswagen. Nieuwe onderzoeken roepen vragen op over hoe werknemers hun mobiliteitsbudget vandaag daadwerkelijk gebruiken.
Wat is het mobiliteitsbudget ook alweer?
Met het mobiliteitsbudget kunnen werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen ervoor kiezen die wagen in te ruilen voor een budget. Dat budget kan vervolgens worden besteed aan verschillende duurzame mobiliteitsoplossingen, zoals:
Het systeem werd in het leven geroepen om werknemers meer keuze te geven en duurzame mobiliteit te stimuleren.
Huisvestingskosten blijken populairste bestemming
Toch blijkt uit recent onderzoek dat veel werknemers het mobiliteitsbudget vooral voor een ander doel inzetten. Maar liefst 45% van de gebruikers besteedt zijn volledige mobiliteitsbudget aan huur- of hypotheekkosten, zonder het budget voor andere mobiliteitsoplossingen te gebruiken.
Daarnaast gebruikt bijna driekwart van alle gebruikers het budget minstens gedeeltelijk voor huisvestingskosten. De gemiddelde maandelijkse terugbetaling bedraagt volgens de studie 794 euro per maand. Dat maakt van huisvesting veruit de populairste toepassing van het mobiliteitsbudget.
Toch betekent dit niet dat duurzame mobiliteit volledig naar de achtergrond verdwijnt. Volgens recente cijfers maakt een ruime meerderheid van de werknemers met een mobiliteitsbudget ook gebruik van pijler 2, waarmee onder meer fietsleasing, openbaar vervoer en deelmobiliteit kunnen worden gefinancierd. Duurzame mobiliteitsoplossingen blijven dus een belangrijk onderdeel van het systeem, al krijgt huisvesting in de praktijk vaak de grootste financiële aandacht.
Waarom kiezen werknemers hiervoor?
Dat is niet helemaal verrassend. Voor werknemers die dicht bij hun werk wonen of regelmatig van thuis uit werken, biedt het systeem een fiscaal interessante mogelijkheid om maandelijkse woonkosten te verlichten.
In een periode waarin veel gezinnen geconfronteerd worden met hogere woon- en levensduurte, lijkt het logisch dat een aanzienlijk deel van de gebruikers kiest voor het financieel meest interessante voordeel. Voor veel werknemers is de impact van een maandelijkse tussenkomst in huur of hypotheek bovendien onmiddellijk voelbaar in het gezinsbudget.
Wordt het oorspronkelijke doel bereikt?
Net daarover ontstaat vandaag discussie. Het mobiliteitsbudget werd oorspronkelijk ontwikkeld om duurzame mobiliteit te stimuleren en de afhankelijkheid van de bedrijfswagen te verminderen. De nieuwe cijfers doen echter vragen rijzen over de effectiviteit van dat oorspronkelijke doel.
Volgens de auteurs van de studie is het momenteel moeilijk om te bepalen:
Met andere woorden: het mobiliteitsbudget wordt vandaag vaak gebruikt, maar niet noodzakelijk op een manier die rechtstreeks leidt tot een verandering van het mobiliteitsgedrag.
Nieuwe regels op komst
De timing van deze discussie is niet toevallig. Op basis van de momenteel beschikbare informatie zullen werkgevers met minstens 50 werknemers vanaf 2027 verplicht worden om het mobiliteitsbudget aan te bieden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen. Voor werkgevers met 15 tot 49 werknemers wordt die verplichting verwacht vanaf 2028. De definitieve wetgeving moet echter nog volledig worden afgerond, waardoor bepaalde details nog kunnen wijzigen.
Maar daardoor zal het aantal gebruikers de komende jaren in ieder geval vermoedelijk sterk toenemen. Opvallend is wel dat veel werkgevers vandaag nog niet voorbereid lijken op die verplichting. Volgens recente cijfers biedt slechts 5,1% van alle ondernemingen met een bedrijfswagenpark momenteel een mobiliteitsbudget aan. Bij bedrijven met minstens 50 werknemers loopt dat aandeel op tot 13,5%, terwijl het bij ondernemingen met 15 tot 49 werknemers om 6,9% gaat.
Tegelijk bestaat er nog onzekerheid over de toekomstige regelgeving. Sociale partners hebben al voorgesteld om de terugbetaling van huisvestingskosten te beperken tot maximaal 50% van het mobiliteitsbudget om onevenwichten te vermijden. Voorlopig is echter nog niet duidelijk welke hervormingen uiteindelijk zullen worden doorgevoerd.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Voor werkgevers wordt het steeds belangrijker om een duidelijke mobiliteitsstrategie uit te werken.
Het mobiliteitsbudget wordt vaak bekeken als een alternatief voor de klassieke bedrijfswagen, maar in de praktijk blijkt het veel breder te worden ingezet. Dat vraagt om een doordachte aanpak, waarbij zowel mobiliteit, verloning als administratieve opvolging samenkomen.
Bedrijven die vandaag al werk maken van een flexibel mobiliteitsbeleid, kunnen zich beter voorbereiden op toekomstige wijzigingen en hun medewerkers optimaal begeleiden bij hun keuzes.
Conclusie
Het mobiliteitsbudget blijft een van de belangrijkste evoluties binnen het Belgische mobiliteitslandschap. Toch tonen recente cijfers aan dat veel werknemers het systeem vooral gebruiken om huur- of hypotheekkosten te financieren.
Daardoor ontstaat een interessant debat: moet het mobiliteitsbudget in de eerste plaats duurzame mobiliteit stimuleren, of mag het ook een breder financieel voordeel zijn voor werknemers?
Met de verplichte uitbreiding van het systeem in het vooruitzicht en mogelijke aanpassingen aan de regelgeving, wordt die vraag de komende maanden alleen maar relevanter voor werkgevers én werknemers.
